Controle op "goed peilbeheer"
Voortgang maatregel
Om te bepalen of het peilbeheer goed wordt uitgevoerd, sturen we op twee indicatoren. We controleren de peilen op basis van de peilbesluitenkaart, door middel van uitlezen van het telemetriesysteem en het aflezen en controleren van vaste punten en peilschalen in het beheersgebied. Daarnaast gebruiken we meldingen van inwoners over het waterpeil.
In verband met de droge periode vanaf het voorjaar hebben we de beheermaatregel (dreigend) watertekort toegepast in het peilbeheer. Dit houdt in dat we de peilen hoger dan zomerpeil hebben gezet om de daling van de grondwaterstanden af te remmen en eventuele neerslag zo goed mogelijk vast te houden.
Er zijn perioden geweest met aanhoudende neerslag, maar dit jaar heeft dit niet tot grote problemen in het peilbeheer geleid.
Om grip te houden op de doorlooptijd van de meldingen werken we met het zaaksysteem. Bij het bereiken van de maximale behandeltermijn (5 dagen) wordt dit duidelijk aangegeven. Hier wordt door de rayonbeheerders, het Klantcontactcentrum (KCC) en de vakgroepleiders op gestuurd.