Externe en interne ontwikkelingen

Ontwikkelingen sinds het vorige begrotingsjaar / perspectiefnota

Terug naar navigatie - Ontwikkelingen sinds het vorige begrotingsjaar / perspectiefnota

Het zicht op de buitenwereld houden is essentieel. We leven immers in een snel veranderende samenleving, waartoe we ons moeten blijven verhouden. Voor de Perspectiefnota is een omgevingsscan uitgevoerd. Daarin zijn verschillende maatschappelijke ontwikkelingen in kaart gebracht, die onze taken als waterschap (kunnen) beïnvloeden. Tegelijkertijd hebben zich ook nieuwe ontwikkelingen voorgedaan die een impact hebben op onze Begroting. 

Terugblik op Perspectiefnota: welke veranderingen doen zich voor in onze omgeving?

Allereerst is klimaatverandering benoemd als ontwikkeling die ons werk en het watersysteem steeds meer zal beïnvloeden. We moeten onze dijken versterken en meer water vasthouden om te zorgen voor voldoende zoet water. De waterkwaliteit kan ook door klimaatverandering verslechteren.

Een tweede ontwikkeling uit de Perspectiefnota is de verontreiniging van ons water door medicijnresten, industriële chemicaliën en bestrijdingsmiddelen. We zullen daardoor meer gaan meten en maatregelen nemen in ons watersysteem en in de waterketen om de verontreiniging tegen te gaan. Bronaanpak wordt ook belangrijker om die verontreiniging in ons water te verminderen.

Ook hebben we in de Perspectiefnota benoemt dat de verhouding tussen samenleving en overheid al decennia aan het veranderen is. De toenemende ingewikkeldheid en verwevenheid van maatschappelijke problemen zorgt ervoor dat overheden steeds meer moeten samenwerken met elkaar en met de mienskip. Inwoners nemen het gezag en de feiten van de overheid niet meer vanzelfsprekend aan. 

De overbelasting van het elektriciteitsnetwerk neemt toe, doordat er steeds meer elektriciteit in de energiemix komt. Omdat wij afhankelijk zijn van elektriciteit voor ons waterbeheer, wordt energie steeds meer een strategisch onderwerp.

We hebben verder te maken met schaarste aan grondstoffen en een toenemende nadruk op circulariteit. Dit heeft gevolgen voor de planning en uitvoering van onze investeringsprojecten en ons werk. 

Naar verwachting zal de digitalisering van de maatschappij onverminderd doorgaan. Data spelen een steeds grotere rol. Dit leidt tot kansen op het terrein van efficiëntie en we kunnen op basis van data betere besluiten nemen. Personeelstekorten kunnen verminderd worden door automatisering. Tegelijkertijd zijn er ook bedreigingen door digitalisering, zoals hacks en cyberaanvallen, waartegen we bestand moeten zijn in onze bedrijfsvoering.

Een andere ontwikkeling die we in de Perspectiefnota hebben geduid gaat over het toenemende belang van Europese regels. De verwachting is dat de Europese regelgeving zal toenemen en strenger zal worden, waardoor wij ons werk hierop moeten aanpassen. Wij hebben te maken met de Europese Kaderrichtlijn Water, waardoor we waterkwaliteitsdoelen moeten halen in 2027 en de jaren daarna. Ook zal de nieuwe Europese richtlijn Stedelijk Afvalwater ertoe leiden dat nieuwe zuiveringstechnieken noodzakelijk worden en grote investeringen nodig zijn. Verder ontwikkelt Europa allerlei richtlijnen op het gebied van duurzaamheid. 

We hebben ook te maken met een toenemende krapte op de arbeidsmarkt. Schaarste van personeel heeft een effect op onze bedrijfsvoering. Ook zal het een prijsopdrijvend effect hebben en zal de doorlooptijd van onze projecten voor veilig, voldoende schoon toenemen. 

Ten tijde van het opstellen van de Perspectiefnota kwam het Hoofdlijnenakkoord van de nieuw gevormde regeringscoalitie naar buiten. Hierin was aandacht voor water: dijkversterking, zoetwaterbeschikbaarheid en toekomstbestendig bouwen. Tegelijkertijd bleek al snel dat het NPLG op losse schroeven stond en dat het Transitiefonds voor de financiering van de transitie van het landelijk gebied zou komen te vervallen.

Nieuwe ontwikkelingen in onze omgeving sinds de Perspectiefnota
De ontwikkelingen uit de Perspectiefnota zijn onverminderd van kracht. Er hebben zich echter ook ontwikkelingen voorgedaan sinds de Perspectiefnota, die aandacht verdienen in onze Begroting.

Volgend op het Hoofdlijnenakkoord is in september het Regeerakkoord uitgekomen. Hierin staan weinig concrete plannen over de zorg voor veilige dijken, schoon water en het voorkomen van watertekort en wateroverlast. Voor Wetterskip Fryslân is het belangrijk dat “water en bodem sturend” wordt doorgezet en in landelijke wetgeving wordt verankerd. In 2023 hebben we onze Blauwe Omgevingsvisie (BOVI) opgesteld, waarmee we de structurerende keuzes uit de brief Water en Bodem sturend (Wabos-brief) uitgewerkt hebben voor Friesland en Gronings Westerkwartier.  

De politieke ontwikkelingen hebben ook onzekerheid met zich meegebracht over het vervolg van de transitie in het landelijk gebied. Er is naar buiten gekomen dat het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) wordt gestopt. In het Hoofdlijnenakkoord is opgenomen dat het Transitiefonds, en dus de financiering voor dit programma, wordt geschrapt. We houden de doelen overeind, maar we zullen moeten prioriteren en faseren vanwege beperkte financiële middelen. Deze onzekerheid heeft impact op onze opgave in het watersysteem. Het leidt ertoe dat we een nieuwe aanpak moeten formuleren voor de Gebiedsgerichte Aanpak die onder FPLG door overheden werd ontwikkeld.

De eerste tranche van het maatregelpakket FPLG was al goedgekeurd, waardoor wel circa € 180 miljoen naar Friesland komt, onder andere voor veenweide.

In juni 2024 is een wetsvoorstel goedgekeurd die gaat over meer participatie bij waterschappen. Nieuw is dat burgers betrokken moeten worden bij de voorbereiding, de uitvoering en de evaluatie van beleid en plannen van het waterschap. In het participatiebeleid en de participatieverordening, die in 2023 zijn vastgesteld bij Wetterskip Fryslân, is al rekening gehouden met deze wetswijziging. We moeten nu verplicht aangeven op welke wijze we invulling geven aan het uitdaagrecht en moeten onze verordening hierop aanpassen (zie Bestuur & Organisatie).

In de Perspectiefnota schreven we al dat energie een steeds belangrijker onderwerp wordt voor waterschappen. In Friesland was de netcongestie er al, maar inmiddels blijkt dat deze langer gaat duren dan verwacht door vertraging in netverzwaringsprojecten van netbeheerders. In de Energievisie die we aan het opstellen zijn, zullen we deze ontwikkeling in ogenschouw nemen, zodat we een betaalbare, duurzamere en betrouwbare energievoorziening kunnen waarborgen (zie Bestuur & Organisatie).

In juni 2024 is de Natuurherstelwet vastgesteld. Hiermee wil de Europese Commissie natuur(gebieden) in Europa herstellen. Het is nog niet precies duidelijk welke impact deze wet op onze opgaven zal hebben. Duidelijk is wel dat natuur met deze wet verder wordt beschermd. Er is aandacht voor biodiversiteit, natuurherstel, bodemverbetering en het vernatten van veenweide. De Nederlandse overheid zal een Herstelplan moeten gaan opstellen om te voldoen aan de nieuwe Europese wet. 

Met ingang van 1 januari 2025 is het nieuwe Waterschapsbesluit van kracht voor alle waterschappen. Dit nieuwe besluit stelt andere eisen aan de inrichting van onze begroting en de wijze waarop wij onze cijfers presenteren. De belangrijkste wijzigingen zijn:
•    De begroting is opgedeeld in een beleidsbegroting en een financiële begroting
•    De baten en de lasten worden apart gepresenteerd
•    Aan de begroting en jaarrekening wordt de nieuwe paragraaf assetmanagement toegevoegd
•    Een aantal verplichte bijlagen zijn vervallen
•    Met ingang van 2025 geeft het dagelijks bestuur zelf een verklaring af over de rechtmatigheid van haar handelen

De doelstelling achter het gewijzigde besluit is de besturen (algemeen en dagelijks) meer inzicht te geven in de financiën van het waterschap. Deze begroting is de eerste begroting die volgens de nieuwe richtlijnen is opgesteld. We hebben daarin geprobeerd zoveel mogelijk te voldoen aan de nieuwe eisen. Hierdoor gaat de vergelijking van de financiële cijfers met voorgaande jaren niet helemaal meer op. 

Trendanalyse van waterschapslasten op lange termijn
In het voorjaar van 2025 komen we met een tweetal financiële trendanalyses waarin de effecten van de BOvi op het watersysteem en de ontwikkelingen op het gebied van waterveiligheid (HWBP) en waterketen (nieuwe regelgeving en vervangingsvraagstuk) zijn meegenomen. We hebben het algemeen bestuur op 4 oktober 2024 hierover geïnformeerd.
In deze begroting zijn de financiële effecten van de trendanalyse niet meegenomen. We willen hierover het gesprek voeren met het algemeen bestuur en in gezamenlijkheid hier een keuze in maken. We nemen dit mee in de tussentijdse evaluatie van het coalitieakkoord. 

Belangrijkste afwijkingen ten opzichte van de perspectiefnota

Terug naar navigatie - Belangrijkste afwijkingen ten opzichte van de perspectiefnota

Bij het opstellen van de begroting is er nog een aantal wijzigingen doorgevoerd, die niet in de perspectiefnota waren verwerkt. Deze wijzigingen hebben geleid tot lagere lasten in de begroting. De redenen hiervoor zijn: 

  • Lagere kapitaallasten als gevolg van uitgestelde of vertraagde oplevering van investeringsprojecten (€ 1.500.000 voordelig)
  • € 500.000 verlaging van bestaande budgetten in het kader van de routekaart. Deze wijziging is ook meegenomen in de tweede voortgangsrapportage 2024.
  • De indexatie hebben we van 2,0% naar 2,8% bijgesteld op basis van de CPB-statistieken (€ 450.000 nadelig)
  • Structurele ruimtevragers uit de eerste voortgangsrapportage 2024 waterketen en assetmanagement (klein nadelig effect op saldo)

Door deze wijzigingen in de begroting kunnen we de tarieven voor 2025 naar beneden toe bijstellen en daarmee de begroting sluitend krijgen. Uitgangspunt daarbij is nog steeds dat we onze reserves inzetten om de incidentele ruimtevragers te dekken, zodat deze geen ongewenste fluctuaties in de tarieven met zich meebrengen. 

Uiteenzetting uitgangspunten en normen

Terug naar navigatie - Uiteenzetting uitgangspunten en normen

Cao en werkgeverslasten
De personeelslasten stijgen als gevolg van cao-verhogingen en een stijging van de werkgeverslasten. Voor 2024 was uitgegaan van een verhoging van 3%. Uit de cao 2024, die pas eind december 2023 is vastgesteld, blijkt het percentage van 3% achteraf te laag. Zo is de loonsverhoging hoger dan verwacht (5%) en zijn er aanvullende afspraken gemaakt die de kosten ook verhogen (1,2%). Dit betekent 3,2% extra ten opzichte van de meerjarenraming. Voor 2026 tot en met 2029 rekenen we wel met 3%.

Energie
Ons werk vraagt veel energie en dan met name elektriciteit. Zowel voor het transport en zuiveren van afvalwater, het verpompen van overtollig water uit de poldersystemen naar de boezem als afvoer vanuit de boezem is veel energie nodig. De grootscheepse uitbreiding en verzwaring van het elektriciteitsnet in Nederland brengt de komende jaren een forse tariefstijging voor de transportkosten bij de regionale netbeheerder met zich mee. Ook vanwege andere ontwikkelingen is de energieprijs de afgelopen jaren lastig voorspelbaar gebleken en gestegen. Mede daarom zoeken we continu naar mogelijkheden om het energieverbruik terug te dringen en onze energiebehoefte duurzaam zelf op te wekken. 

De onvoorspelbaarheid van de ontwikkelingen maakt dat de post energie lastig te begroten is. Hier zijn we uitgegaan van een stijging van 12% ten opzichte van de begroting 2024, wat overeenkomt met de actuele verwachting voor het jaar 2024. Onder andere de stijging van de transportkosten met naar verwachting 10% leidt tot een stijging van de energiekosten. Qua verbruik en elektriciteitsprijs verwachten we een lichte stijging ten opzichte van de begroting 2024, maar dat effect is niet groot. Tegelijkertijd is de onzekerheid rondom ons verbruik en de elektriciteitsprijs wel relatief groot. We gaan uit van een elektriciteitsprijs van € 0,11 per kWh (exclusief belastingen) als gemiddelde inkoopprijs voor 2025. De daadwerkelijke prijs kan anders zijn, omdat we inkopen onder een inkoopcontract met dynamische prijzen. 

Rente
De gehanteerde rentepercentages voor de komende jaren zijn geactualiseerd naar de meest recente inzichten. Deze zijn licht gedaald ten opzichte van waar in de perspectiefnota 2025 rekening mee is gehouden.

Jaar 2025 2026 2027 2028 2029
Lange rente (>1 jaar) 2,95% 2,95% 2,95% 2,95% 2,95%
Korte rente (< 1 jaar) 2,50% 2,30% 2,10% 2,20% 2,30%

 

Afwijkingen uitgangspunten en normen ten opzichte van de vorige begroting en perspectiefnota

Terug naar navigatie - Afwijkingen uitgangspunten en normen ten opzichte van de vorige begroting en perspectiefnota

Inflatie
Bij het opstellen van de perspectiefnota hebben we voor de inflatie aansluiting gezocht bij de op dat moment bekende verwachte inflatiecijfers van het CPB. Bij het opstellen van de begroting actualiseren we het inflatiepercentage indien de geactualiseerde verwachting Centraal Planbureau (CPB) wordt bijgesteld. Voor 2025 en volgende jaren heeft het CPB zijn verwachtingen bijgesteld. Wij hebben de nieuwe percentages meegenomen in deze begroting.

Zoals opgenomen in de perspectiefnota 2025-2029 is rekening gehouden met een jaarlijkse inflatie van 2,0%. Naar aanleiding van de 'Actualisatie verkenning middellange termijn tot en met 2032' (februari 2024) van het CPB wordt een inflatie van 2,8% in 2025 verwacht (in periode 2025-2028 gemiddeld 2,4% jaarlijks, periode 2029-2032 gemiddeld 2,1%).  Voor de begroting 2025-2029 zoeken we aansluiting bij de informatie van het CPB en houden we rekening met de volgende inflatie:

  2025 2026 2027 2028 2029
Inflatie perspectiefnota 2,0% 2,0% 2,0% 2,0% 2,0%
Inflatie begroting  2,8% 2,3% 2,3% 2,3% 2,1%

Rente
De rente is naar beneden toe bijgesteld ten opzichte van de perspectiefnota. Sinds de berekening van de vorige set van renteparameters zijn de meeste renteparameters min of meer gelijk gebleven. Alleen voor 2025 is een kleine daling zichtbaar voor de korte rente. Dit heeft te maken met de renteverlagingen die de centrale bank heeft doorgevoerd, maar meer nog met de verwachting van de markt dat er nog meer renteverlagingen zullen volgen. Langjarig laat met name de lange rente een volledig vlak verloop zien. Hieruit spreekt de verwachting dat na 2025 de rentes stabiliseren.

Verschil in rentepercentages tussen perspectiefnota en begroting

2025 2026 2027 2028 2029
Perspectief nota Begroting Perspectief nota Begroting Perspectief nota Begroting Perspectief nota Begroting Perspectief nota Begroting
Rente lang 3,00% 2,95% 2,95% 2,95% 2,95% 2,95% 3,00% 2,95% 3,00% 2,95%
Rente kort 2,70% 2,50% 2,30% 2,30% 2,20% 2,10% 2,20% 2,20% 2,30% 2,30%