Opgave Waterveiligheid

Portefeuillehouder(s): Frank Jorna
Organisatie: Opgave Waterveiligheid

Waar zijn we van

Terug naar navigatie - Waar zijn we van

We beschermen Fryslân en een deel van het Groninger Westerkwartier tegen hoogwater. Dit doen we door ervoor te zorgen dat onze primaire waterkeringen (zee- en IJsselmeerdijken) ons beschermen tegen overstromingen. We houden rekening met overstromingsrisico's en klimaatverandering. Dit is onderdeel van onze wettelijke zorgplicht.

Daarnaast zorgen we dat de keringen langs onze boezemsystemen en beken in goede staat zijn. Zo zijn keringen bestand tegen tijdelijk hogere waterstanden en droogte. We beschermen hierdoor het landelijk gebied, de steden en dorpen tegen wateroverlast en zorgen ervoor dat het water in onder andere de Friese boezem op peil blijft.

We beheren en onderhouden circa 200 kilometer aan zeedijken op het vasteland langs IJsselmeer en Waddenzee, en op Ameland, Terschelling en Schiermonnikoog. En we beheren meer dan 3.200 kilometer aan regionale waterkeringen langs de Friese boezem en ruim 700 km overige of lokale waterkeringen.

In een cyclus toetsen we of onze waterkeringen nog sterk en hoog zijn. Daar waar onze waterkeringen niet voldoen aan de veiligheidseisen, programmeren we deze voor versterking. We kijken hierbij niet alleen naar de zeedijk of polderdijk, maar ook naar het landschap, de flora en fauna, en belangen van onder meer landbouw en leefbaarheid. Daar waar onze dijken onderdeel uitmaken van de publieke ruimte denken we mee met maatschappelijke initiatieven.

Terug naar navigatie - Trends en ontwikkelingen

Specifiek voor de dijkversterkingen geldt dat in het nieuwe regeerakkoord is opgenomen dat het HWBP een herijking vraagt. Om Nederland te beschermen tegen overstromingen is namelijk flink meer geld nodig van zowel het Rijk als de waterschappen. Dat komt door een toegenomen aantal kilometers dijk, maar ook doordat de kostprijs stijgt. De strategie van de Unie van Waterschappen is om de bijdrage van de waterschappen in het HWBP zeker te stellen, om zo het Rijk te bewegen ook het aandeel van 50% te blijven leveren. Voordat er nieuwe financiële afspraken worden gemaakt, kijkt het Rijk naar het aanscherpen van de scope en het verkleinen van de bandbreedtes in de ramingen.

Prestatie indicatoren

Terug naar navigatie - Prestatie indicatoren
Beleidsproduct Prestatie indicator Doelstelling vastgesteld beleid Meetwaarde 2025
Beheren en onderhouden

Afgeven van het Memo Klaar voor 't Stormseizoen voor de zeedijken.

De dijken en waterkeringen verkeren in goede staat, als onderdeel van onze zorgplicht.

0 of 1

Wat willen we bereiken?

Terug naar navigatie - Wat willen we bereiken?

De dijken en keringen verkeren in goede staat

Terug naar navigatie - De dijken en keringen verkeren in goede staat

We hebben de wettelijke plicht om goed voor onze keringen te zorgen. Dat moeten we systematisch en navolgbaar doen. Dat willen we zelf, en worden hierop getoetst door de Inspectie Leefomgeving en Transport van het Rijk voor de primaire keringen en door de provincies Fryslân en Groningen voor de regionale keringen.

Het stormseizoen wordt gezien als de periode waarin hoogwater kan voorkomen en is vastgesteld tussen 1 oktober en 1 april. Het stormseizoen valt min-of-meer samen met de kans op hoog water in de boezem of extreme regenval. Het is van belang dat we klaar zijn voor dit hoge water. En ook dat we dit als organisatie goed voor elkaar hebben.

Binnen Nederland zijn afspraken gemaakt over de optimale verdeling van watertaken. Zo is in het bestuursakkoord Water uit 2011 afgesproken dat primaire keringen in beheer komen bij die partij die het achterliggende gebied beschermd. Voor ons waterschap gaat het om de overdracht van de kering (dijk en duin) op Vlieland, de zandige kering Terschelling en de duinwaterkering Ameland van Rijkswaterstaat aan ons. 

Wat gaan we daar voor doen?

Beoordeling waterveiligheid van onze dijken en keringen uitgevoerd

Terug naar navigatie - Beoordeling waterveiligheid van onze dijken en keringen uitgevoerd

We willen op de hoogte zijn van de conditie waarin onze dijken en keringen verkeren. De Omgevingswet vereist van ons dat we continu inzicht hebben in de overstromingsrisico's van de primaire waterkeringen. Als beheerder beoordelen we daarom of onze primaire waterkeringen voldoen aan de wettelijke veiligheidsnormen. Elke 12 jaar voeren we opnieuw een beoordeling uit. Dit doen we op basis van de rekenmodellen die landelijk door het Rijk worden gemaakt. In 2023 is de tweede beoordelingscyclus gestart, die loopt tot 2035.

In 2024 hebben we de derde beoordelingsronde voor de regionale keringen afgerond. Dit is een verplichting vanuit de provinciale waterverordening om elke zes jaar een beoordeling uit te voeren van hoogte en stabiliteit van de regionale keringen. De nieuwe opgave heeft een relatie met de ontwikkeling van nieuwe beleid, waaronder het nieuwe boezemplan en de bergingscapaciteit. Ook is het huidige programma nog in volle uitvoering. Daarom beperken we het maken van nieuwe plannen tot alleen urgente locaties en plekken waar we makkelijk en praktische zaken kunnen oplossen. In 2026 komen we dan met een vervolgaanpak voor de regionale keringen.

Wat gaan we daar voor doen?

Versterken van onze zeedijken en boezemkeringen

Terug naar navigatie - Versterken van onze zeedijken en boezemkeringen

In 2050 moeten alle primaire keringen in heel Nederland voldoen aan de nieuwe veiligheidsnormen. Om dit te bereiken werken alle waterschappen en Rijkswaterstaat samen in het landelijke ‘Hoogwaterbeschermingsprogramma’ (HWBP). In heel Nederland hebben we circa 3.500 kilometer aan dijken en circa 500 sluizen en gemalen. In ons beheergebied hebben we ongeveer 183 kilometer aan primaire keringen. De totale landelijke opgaven bedraagt circa 2.000 km. Onze opgave volgens de programmering 2026 - 2037 is nu ongeveer 63 kilometer.

Met het herstelprogramma regionale waterkeringen zorgen we dat deze voldoen aan de door de provincie gestelde norm. We hebben met de provincies Groningen en Fryslân afgesproken om tot 2027 in totaal 1.300 kilometer aan regionale keringen te verbeteren. Het huidige herstelprogramma is gebaseerd op de in 2014 en 2016 uitgevoerde tweede beoordeling van hoogte en stabiliteit. Op verschillende locaties zijn verbeteringen nodig. In totaal gaat het nog om circa 124 kilometer tot en met 2027. Bij de uitvoering van deze projecten bieden we waar mogelijk ruimte voor andere maatschappelijke voorzieningen (zoals natuur en recreatie).

Wat gaan we daar voor doen?

Wat mag het kosten?

Terug naar navigatie - Wat mag het kosten?

In onderstaande tabel zijn de baten en de lasten voor de opgave Waterveiligheid opgenomen. Deze zijn per beleidsproduct weergegeven, waarbij de indeling naar beleidsproduct gelijk is aan de landelijke standaard indeling voor waterschappen. 

bedragen x € 1.000
Opgave Waterveiligheid Actuele begroting 2024 Begroting 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 Begroting 2029
Baten
Aanleg en onderhoud vaarwegen en havens -0 -0 -0 -0 -0 -0
Aanleg en onderhoud waterkeringen 375 376 376 376 376 376
Beheersinstrumenten waterkeringen 1 1.706 1.706 1.706 1.706 1.706
Dijkbewaking en calamiteitenbestrijding 0 0 0 0 0 0
Eigen plannen -0 -0 -0 -0 -0 -0
Totaal Baten 377 2.083 2.083 2.083 2.083 2.083
Lasten
Aanleg en onderhoud vaarwegen en havens -1.233 -1.466 -1.037 -1.061 -1.083 -1.089
Aanleg en onderhoud waterkeringen -29.908 -30.671 -31.087 -32.247 -34.079 -33.595
Beheersinstrumenten waterkeringen -1.382 -2.956 -3.041 -3.127 -3.216 -3.289
Dijkbewaking en calamiteitenbestrijding -30 -16 -16 -16 -17 -17
Eigen plannen -187 -400 -214 -167 -169 -169
Totaal Lasten -32.741 -35.509 -35.394 -36.617 -38.564 -38.159
Totaal opgave -32.364 -33.426 -33.311 -34.535 -36.481 -36.076
Mutaties reserves
Onttrekkingen
Stortingen
Totaal mutaties reserves
Netto lasten opgave

Toelichting op Wat mag het kosten?

Terug naar navigatie - Toelichting op Wat mag het kosten?

Begroting 2025 in vergelijking met 2024
Anders dan voorgaande jaren worden de baten en lasten van begroting 2025 - 2029 afzonderlijk gepresenteerd. Dit was in de begroting 2024 nog niet het geval. Dat zorgt bij een aantal beleidsproducten voor een scheve vergelijking omdat de baten in 2024 gesaldeerd zijn met de lasten. Deze worden niet afzonderlijk toegelicht.

Significante afwijkingen
Naast de reguliere budgettoename ten gevolge van de loon- en prijsindexaties worden hieronder de significante afwijkingen per beleidsproducten weergegeven:

Aanleg en onderhoud vaarwegen en havens
Het budget neemt in 2024 en 2025 toe met € 450.000. Bij de kaderbrief 2024-2028 en de begroting 2024 zijn incidenteel middelen toegekend om de inventarisatie van de areaaluitbreiding mogelijk te maken. Dit naar aanleiding van de bestuurlijke afspraken uit het voorjaar 2023 aangaande de toedeling van de beheertaak van oeverconstructies langs de vaarwegen. Vanwege deze incidentele toename neemt het totale budget voor de jaren 2026-2029 af ten opzichte van 2025. 

Eigen plannen
Het budget neemt in 2025 toe met € 200.000 ten opzichte van 2024. Deze incidentele middelen zijn bedoeld voor de inspanningen die nodig zijn om tijdig de verplichte toetsing voor onze primaire keringen af te kunnen ronden. Als gevolg van de toekenning van het incidentele budget in 2025, daalt meerjarig het budget.

Investeringen 2025 -2029

Terug naar navigatie - Investeringen 2025 -2029
Investeringen
(bedragen x € 1.000)
Verzamelbesluit 2025 2026 2027 2028 2029
HWBP Solidariteitsbijdrage A 5.600 5.200 5.600 6.300 6.800
HWBP Dijk en Duin Schiermonnikoog B 500 5.000
HWBP Zurich-Koehool, traject Harlingen B 300 1.100 7.000
HWBP Zuricht-Koehool B 1.000
HWBP KLM Koehool Zwarte haan, fase 2 uv B 10.000
HWBP KLM TPM uv B 12.765
HWBP KLM groen B 10.000
Groot onderhoud primaire keringen A 552 550 1.930
Programma verbeterwerken regionale ker. A 8.299 8.299 8.299 8.299 8.299
Extra krediet regionale keringen n.a.v. VP2 A 950 950 950 950 950
Totaal 15.649 43.314 25.401 23.099 18.979
A = voorstel tot vrijgave via verzamelbesluit bij begroting 2025
B = separaat voorstel richting dagelijks en algemeen bestuur