In 2024 is de Omgevingsscan 2024 'Een blik op een onzekere toekomst' opgeleverd. Deze scan is uitgevoerd om de perspectiefnota, maar ook andere P&C-documenten, goed te kunnen beoordelen. Het is belangrijk te weten wat er de komende jaren op ons afkomt. Voor de waterketen zijn de volgende trends geïdentificeerd, waarbij voor iedere trend is aangeven wat dit (mogelijk) betekent voor ons:
- Scherpere eisen aan de waterkwaliteit
- Toenemend medicijngebruik en microverontreinigingen
- Schaarste personele capaciteit
- Energietransitie
- Toename van weersextremen
- Toename afvalwaterstroom
- Verdergaande digitalisering, automatisering, robotisering
- Circulariteit
ad 1 - Om aan de richtlijnen (Stedelijk afvalwater en KRW) te kunnen (blijven) voldoen zullen nieuwe zuiveringstechnieken noodzakelijk worden. Innovatie kan hierin veel betekenen, maar nu is al wel duidelijk dat aanzienlijke investeringen nodig zullen zijn.
ad 2 - De kans is groot dat bestaande zuiveringstechnieken niet meer voldoen en aangepast moeten worden. Mogelijk moeten extra zuiveringstrappen ontwikkeld worden om aan de lozingseisen te blijven voldoen. Dit vraagt te zijner tijd veel extra investeringen, mede doordat er veel (decentrale) zuiveringen zijn. Het zuiveringstechnisch af kunnen vangen van de verontreinigingen wordt steeds moeilijker waardoor het belang van bronaanpak toeneemt.
ad 3 - Planningen moeten afgestemd worden op de mogelijkheden van de markt om tot realisatie te komen. Waarschijnlijk zal de doorlooptijd van projecten toenemen en/of de kans op geslaagde aanbestedingen afnemen. Schaarste van personeel zal een prijsopdrijvend effect hebben. Aanpassingen aan de zuiveringen worden hierdoor duurder.
ad 4 - Schaarste kan de werking van zuiveringsinstallaties belemmeren, terwijl netcongestie de beschikbaarheid van elektriciteit voor deze installaties kan beïnvloeden. We moeten (per direct) aan de slag met het organiseren van een betaalbare, betrouwbare en beschikbare energievoorziening. Dat kan door energiediversificatie (o.a. door alternatieve energiebronnen), door energie-efficiëntie (besparen, verminderen van verlies, energiezuinige technologieën); netwerkintegratie (samenwerken met energiebedrijven en netbeheerders).
ad 5 Voor overstorten die voor problemen zorgen, moeten we in samenwerking met de gemeenten oplossingen vinden. Bij het klimaatbestendig maken van het stedelijke gebied moeten we aandacht blijven vragen voor het afkoppelen van schoon regenwater van de gemengde riolering. Vanuit de nieuwe Richtlijn Stedelijk afvalwater zullen rioleringsplannen opgesteld moeten worden. Dit biedt mogelijkheden om dit een nieuwe impuls te geven. Het verminderen van de hoeveelheid schoon regenwater in het afvalwater vergroot ook de mogelijkheden om op termijn het afvalwater circulair te zuiveren.
ad 6 - De focus zal vooral liggen op instandhouding van bestaande rwzi’s en de instrumenten voor assetmanagement zouden verder ontwikkeld moeten worden. Wanneer bestaande rwzi’s qua capaciteit toch aangepast moeten worden, is dit op te vangen wanneer (grootschalige) renovatie aan de orde is.
ad 7 - Het zuiveringsproces kan nauwkeuriger gecontroleerd en gestuurd worden. Dat resulteert in een efficiënter gebruik van energie en chemicaliën. Met continue monitoring kan sneller en gerichter gereageerd worden op eventuele afwijkingen of veranderingen. Er komen meer gegevens beschikbaar voor bijvoorbeeld de onderhoudsplanning en procesoptimalisatie.
ad 8 - Het maken van nieuwe stoffen uit het zuiveringsslib en het (her)gebruik van effluent zal in belang toenemen. De waterketen zal hierop aangepast moeten gaan worden, wat ook investeringen met zich meebrengt. Naast een maatschappelijke waarde van nieuwe grondstoffen zullen de (milieu)eisen die daaraan gesteld worden ook strenger worden. Dit vraagt om gedegen (voor)onderzoek, waarbij niet alleen gekeken wordt naar de mogelijke opbrengsten.